“Ik ben werkzaam met jonge kinderen en hun ouders, vaak op momenten waarop er veel zorgen, onzekerheid en spanning zijn binnen een gezin. Juist in die eerste levensjaren zie ik hoe belangrijk het is dat er iemand naast ouders kan staan die niet alleen kijkt naar diagnoses of protocollen, maar naar het hele kind, het gezin en de omgeving daaromheen.
Daarom geloof ik dat de opleiding tot Orthopedagoog-Generalist structureel bekostigd zou moeten worden. De OG is bij uitstek opgeleid om systemisch en ontwikkelingsgericht te werken: met oog voor opvoeding, trauma, hechting, neurodiversiteit, school, veiligheid én de draagkracht van ouders. Zeker bij jonge kinderen is dat essentieel, omdat problemen zich vaak nog ontwikkelen en vroege ondersteuning een leven lang verschil kan maken.
In de praktijk zie ik dat de expertise van een OG vaak beter aansluit bij complexe ontwikkel- en opvoedvragen van jonge kinderen dan een meer individueel en klachtgericht behandelmodel. De kracht van de OG zit in het verbinden van zorg, onderwijs en gezinssystemen. Juist dáár liggen bij jonge kinderen de belangrijkste sleutels tot herstel en ontwikkeling.
Wat ik moeilijk vind, is dat de overheid op dit moment wél verschillende BIG-vervolgopleidingen binnen de ggz bekostigt, waaronder de opleiding tot GZ-psycholoog, terwijl de OG-opleiding niet centraal wordt bekostigd. Tegelijkertijd erkent ook het ministerie zelf de maatschappelijke meerwaarde van de OG binnen jeugdhulp, onderwijs en geestelijke gezondheidszorg.
Als samenleving zeggen we dat we preventie, vroegsignalering en passende hulp voor kinderen belangrijk vinden. Dan hoort daar ook bij dat we investeren in professionals die juist in die vroege ontwikkeling gespecialiseerd zijn. Voor veel kinderen en gezinnen kan een OG het verschil maken tussen vastlopen en weer perspectief krijgen.”