“De ministeriële redenering om géén subsidie te verlenen voor de OG-opleiding verdient kritisch commentaar. Hij stelt twee dingen: de geraamde behoefte (180) ligt dicht bij wat nu al wordt gerealiseerd (160), dus er zou geen urgentie zijn om subsidie in te zetten. Het veld “kan het kennelijk zelf betalen” en volgens hem raakt dit de kwaliteit van zorg niet. Ten tweede zou honorering van deze subsidie een precedent scheppen voor andere beroepsgroepen, wat de zorgsector te veel zou kosten.
Ik vind dit een vrij zwakke motivatie. Dat het veld de opleiding nu zelf betaalt, betekent in de praktijk dat dit uit zorggelden gebeurt – dus indirect uit maatschappelijk geld. Dat heeft wél impact op zowel de kwaliteit als de hoeveelheid zorg die geleverd kan worden. Het is een keuze om opleidingskosten op het primaire zorgbudget te drukken in plaats van gericht te investeren in een toekomstbestendige infrastructuur van opleiden en kwaliteit. De tweede redenering is vooral procedureel en nauwelijks inhoudelijk: het risico op precedentwerking wordt zwaarder gewogen dan het inhoudelijke belang van goede, structureel geborgde opleidingsroutes. Precedentwerking is geen argument om aan de voorkant niet te investeren in beroepen die aantoonbaar bijdragen aan passende, toegankelijke en betaalbare zorg.
Juist in een tijd van personeelstekorten, wachtlijsten en hoge druk op professionals zouden we de discussie moeten voeren over hoe we publieke middelen zó inzetten dat ze structurele kwaliteit en continuïteit van zorg versterken – in plaats van opleidingskosten stilzwijgend bij het zorgveld neer te leggen.”
Marieke van den Berg
Bestuurder Family Supporters
'Dat de OG-opleiding niet bekostigd wordt heeft wél impact op zowel de kwaliteit als de hoeveelheid zorg die geleverd kan worden.'