“Zorginstellingen moeten opdraaien voor de opleidingskosten van de orthopedagoog-generalist (OG), terwijl er voor soortgelijke BIG-opleiding wél centrale bekostiging is. Dat zorgt voor ongelijkheid.
In zijn brief van begin februari benadrukte demissionair minister van VWS, Jan Anthonie Bruijn, de professionele en maatschappelijke meerwaarde van de OG en de belangrijke bijdrage die zij leveren aan de kwaliteit van de zorg. Bij die erkenning sluit ik me van harte aan. Het is logisch dat daar gelijkwaardige financiering bij hoort.
Nu kunnen zorginstellingen met voldoende financiële middelen misschien een deel van hun zorgbudgetten reserveren om de opleiding te bekostigen, maar kunnen organisaties met minder geld dat niet. Bovendien is het onzeker of zorginstellingen in de toekomst überhaupt kunnen blijven investeren uit eigen middelen in die opleiding, waardoor het aantal opleidingsmogelijkheden kan veranderen.
Dat zorginstellingen in de afgelopen jaren de OG-opleiding hebben betaald uit eigen zak, vanuit zorgbudgetten die ook gebruikt hadden kunnen worden voor zorg aan cliënten, is niet wenselijk. Wel laat het zien hoe belangrijk zij de OG vinden.
Kortom: de OG-opleiding verdient – net als de zusteropleiding tot GZ-psycholoog en de specialistische opleidingen tot Klinische (Neuro)Psycholoog – de financiering die hoort bij de erkenning. En het zou mooi zijn als de zorginstellingen ook waardering krijgen voor alles wat zij gedaan hebben de afgelopen jaren om OG’ers op te leiden.”