“De systemische blik op onze maatschappij is nu harder nodig dan ooit en dat is precies wat de OG’er brengt. In een samenleving waarin we steeds meer individualiseren en teruggrijpen op labels en snelle oplossingen, is kijken naar het systeem rondom een individu en de overkoepelende oorzaak naar de achtergrond geraakt. Terwijl daar de kracht zit van helen en (mentaal) gezond zijn of blijven!
‘In contact met een ander heel je’. Daar geloof ik in, pas wanneer het hele systeem gezien en waar nodig behandelt wordt, kan het individu helen. De OG’er zet bij dit helingsproces niet alleen externe middelen in (methodieken, protocollen, therapieën), maar gebruikt zichzelf als middel om een ander te helen.
De OG’er werkt momenteel preventief en in uiteenlopende werkvelden, vrijwel altijd als regiebehandelaar of behandelcoördinator. Neem o.a. de ouderenzorg. We worden steeds ouder, maar het is geen populair werkveld voor GZ’ers (als er überhaupt al genoeg GZ’ers zijn) en zonder bekostiging zullen de OG’ers (die nu in het werkveld goed vertegenwoordigd zijn), langzaam verdwijnen.
Ik vraag mij oprecht af, heeft het ministerie zich goed ingelezen? Weten zij dat de OG’er met regelmaat dezelfde functie bekleedt als de GZ’er (waarbij wel bekostiging plaatsvindt)? Weten zij hoe lang de wachtlijsten zijn binnen de GGZ en kennen zij ook het percentage cliënten dat uiteindelijk daadwerkelijk geholpen wordt? Er is iets fundamenteels mis binnen onze jeug- volwassenen en ouderenzorg en dat vraagt niet om bezuinigingen, maar om een tandje bij!”